De of het doofblinde?
De doofblinde
Is het de of het doofblinde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de doofblinde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: deafblind
Deutsch: Taubblinde | Bekijk of het der of die Taubblinde is.
Français: sourdes et aveugles | Bekijk of het Le o La sourdes et aveugles is.
Jou of jouw: jouw doofblinde
Buigings-e:
Mooi of mooie doofblinde
Groot of grote doofblinde
Half of halve doofblinde
Grappig of grappige doofblinde
Leeg of lege doofblinde
leuk of leuke doofblinde
Vet of vette doofblinde
Snel of snelle doofblinde
Wit of witte doofblinde
Klein of kleine doofblinde
Rood of rode doofblinde
Dik of dikke doofblinde
Oud of oude doofblinde
Goed of goede doofblinde
Wat rijmt er op doofblinde
Elk of elke: Elke doofblinde
Aanwijzend voornaamwoord: Die doofblinde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze doofblinde
Wat rijmt er op doofblinde
Buigings-e:
Mooi of mooie doofblinde
Groot of grote doofblinde
Half of halve doofblinde
Grappig of grappige doofblinde
Leeg of lege doofblinde
leuk of leuke doofblinde
Vet of vette doofblinde
Snel of snelle doofblinde
Wit of witte doofblinde
Klein of kleine doofblinde
Rood of rode doofblinde
Dik of dikke doofblinde
Oud of oude doofblinde
Goed of goede doofblinde
Wat rijmt er op doofblinde
Elk of elke: Elke doofblinde
Aanwijzend voornaamwoord: Die doofblinde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze doofblinde
Wat rijmt er op doofblinde
Oefening van de dag



