De of het dorpsonderwijzer?
Het dorpsonderwijzer
Is het de of het dorpsonderwijzer
In de Nederlandse taal gebruiken wij het dorpsonderwijzer.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: village teacher
Deutsch: Dorflehrer | Bekijk of het der of die Dorflehrer is.
Français: instituteur du village | Bekijk of het Le o La instituteur du village is.
Jou of jouw: jouw dorpsonderwijzer
Buigings-e:
Mooi of mooie dorpsonderwijzer
Groot of grote dorpsonderwijzer
Half of halve dorpsonderwijzer
Grappig of grappige dorpsonderwijzer
Leeg of lege dorpsonderwijzer
leuk of leuke dorpsonderwijzer
Vet of vette dorpsonderwijzer
Snel of snelle dorpsonderwijzer
Wit of witte dorpsonderwijzer
Klein of kleine dorpsonderwijzer
Rood of rode dorpsonderwijzer
Dik of dikke dorpsonderwijzer
Oud of oude dorpsonderwijzer
Goed of goede dorpsonderwijzer
Wat rijmt er op dorpsonderwijzer
Elk of elke: Elk dorpsonderwijzer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat dorpsonderwijzer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons dorpsonderwijzer
Wat rijmt er op dorpsonderwijzer
Buigings-e:
Mooi of mooie dorpsonderwijzer
Groot of grote dorpsonderwijzer
Half of halve dorpsonderwijzer
Grappig of grappige dorpsonderwijzer
Leeg of lege dorpsonderwijzer
leuk of leuke dorpsonderwijzer
Vet of vette dorpsonderwijzer
Snel of snelle dorpsonderwijzer
Wit of witte dorpsonderwijzer
Klein of kleine dorpsonderwijzer
Rood of rode dorpsonderwijzer
Dik of dikke dorpsonderwijzer
Oud of oude dorpsonderwijzer
Goed of goede dorpsonderwijzer
Wat rijmt er op dorpsonderwijzer
Elk of elke: Elk dorpsonderwijzer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat dorpsonderwijzer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons dorpsonderwijzer
Wat rijmt er op dorpsonderwijzer
Oefening van de dag



