De of het eigentijds?
Het eigentijds
Is het de of het eigentijds
In de Nederlandse taal gebruiken wij het eigentijds.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: contemporary
Deutsch: Zeitgenosse | Bekijk of het der of die Zeitgenosse is.
Français: contemporain | Bekijk of het Le o La contemporain is.
Jou of jouw: jouw eigentijds
Buigings-e:
Mooi of mooie eigentijds
Groot of grote eigentijds
Half of halve eigentijds
Grappig of grappige eigentijds
Leeg of lege eigentijds
leuk of leuke eigentijds
Vet of vette eigentijds
Snel of snelle eigentijds
Wit of witte eigentijds
Klein of kleine eigentijds
Rood of rode eigentijds
Dik of dikke eigentijds
Oud of oude eigentijds
Goed of goede eigentijds
Wat rijmt er op eigentijds
Elk of elke: Elk eigentijds
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eigentijds
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eigentijds
Wat rijmt er op eigentijds
Buigings-e:
Mooi of mooie eigentijds
Groot of grote eigentijds
Half of halve eigentijds
Grappig of grappige eigentijds
Leeg of lege eigentijds
leuk of leuke eigentijds
Vet of vette eigentijds
Snel of snelle eigentijds
Wit of witte eigentijds
Klein of kleine eigentijds
Rood of rode eigentijds
Dik of dikke eigentijds
Oud of oude eigentijds
Goed of goede eigentijds
Wat rijmt er op eigentijds
Elk of elke: Elk eigentijds
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eigentijds
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eigentijds
Wat rijmt er op eigentijds
Oefening van de dag



