De of het eiwitmengsel?
Het eiwitmengsel
Is het de of het eiwitmengsel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het eiwitmengsel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: protein mixture
Jou of jouw: jouw eiwitmengsel
Buigings-e:
Mooi of mooie eiwitmengsel
Groot of grote eiwitmengsel
Half of halve eiwitmengsel
Grappig of grappige eiwitmengsel
Leeg of lege eiwitmengsel
leuk of leuke eiwitmengsel
Vet of vette eiwitmengsel
Snel of snelle eiwitmengsel
Wit of witte eiwitmengsel
Klein of kleine eiwitmengsel
Rood of rode eiwitmengsel
Dik of dikke eiwitmengsel
Oud of oude eiwitmengsel
Goed of goede eiwitmengsel
Wat rijmt er op eiwitmengsel
Elk of elke: Elk eiwitmengsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eiwitmengsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eiwitmengsel
Wat rijmt er op eiwitmengsel
Buigings-e:
Mooi of mooie eiwitmengsel
Groot of grote eiwitmengsel
Half of halve eiwitmengsel
Grappig of grappige eiwitmengsel
Leeg of lege eiwitmengsel
leuk of leuke eiwitmengsel
Vet of vette eiwitmengsel
Snel of snelle eiwitmengsel
Wit of witte eiwitmengsel
Klein of kleine eiwitmengsel
Rood of rode eiwitmengsel
Dik of dikke eiwitmengsel
Oud of oude eiwitmengsel
Goed of goede eiwitmengsel
Wat rijmt er op eiwitmengsel
Elk of elke: Elk eiwitmengsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eiwitmengsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eiwitmengsel
Wat rijmt er op eiwitmengsel
Oefening van de dag



