De of het empirist?
De empirist
Is het de of het empirist
In de Nederlandse taal gebruiken wij de empirist.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: empiricist
Deutsch: Empiriker | Bekijk of het der of die Empiriker is.
Français: empiriste | Bekijk of het Le o La empiriste is.
Jou of jouw: jouw empirist
Buigings-e:
Mooi of mooie empirist
Groot of grote empirist
Half of halve empirist
Grappig of grappige empirist
Leeg of lege empirist
leuk of leuke empirist
Vet of vette empirist
Snel of snelle empirist
Wit of witte empirist
Klein of kleine empirist
Rood of rode empirist
Dik of dikke empirist
Oud of oude empirist
Goed of goede empirist
Wat rijmt er op empirist
Elk of elke: Elke empirist
Aanwijzend voornaamwoord: Die empirist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze empirist
Wat rijmt er op empirist
Buigings-e:
Mooi of mooie empirist
Groot of grote empirist
Half of halve empirist
Grappig of grappige empirist
Leeg of lege empirist
leuk of leuke empirist
Vet of vette empirist
Snel of snelle empirist
Wit of witte empirist
Klein of kleine empirist
Rood of rode empirist
Dik of dikke empirist
Oud of oude empirist
Goed of goede empirist
Wat rijmt er op empirist
Elk of elke: Elke empirist
Aanwijzend voornaamwoord: Die empirist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze empirist
Wat rijmt er op empirist
Oefening van de dag



