De of het evacueren?
Het evacueren
Is het de of het evacueren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het evacueren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: evacuate
Deutsch: evakuieren | Bekijk of het der of die evakuieren is.
Français: évacuer | Bekijk of het Le o La évacuer is.
Jou of jouw: jouw evacueren
Buigings-e:
Mooi of mooie evacueren
Groot of grote evacueren
Half of halve evacueren
Grappig of grappige evacueren
Leeg of lege evacueren
leuk of leuke evacueren
Vet of vette evacueren
Snel of snelle evacueren
Wit of witte evacueren
Klein of kleine evacueren
Rood of rode evacueren
Dik of dikke evacueren
Oud of oude evacueren
Goed of goede evacueren
Wat rijmt er op evacueren
Elk of elke: Elk evacueren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat evacueren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons evacueren
Wat rijmt er op evacueren
Buigings-e:
Mooi of mooie evacueren
Groot of grote evacueren
Half of halve evacueren
Grappig of grappige evacueren
Leeg of lege evacueren
leuk of leuke evacueren
Vet of vette evacueren
Snel of snelle evacueren
Wit of witte evacueren
Klein of kleine evacueren
Rood of rode evacueren
Dik of dikke evacueren
Oud of oude evacueren
Goed of goede evacueren
Wat rijmt er op evacueren
Elk of elke: Elk evacueren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat evacueren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons evacueren
Wat rijmt er op evacueren
Oefening van de dag



