De of het examenkoorts?
De examenkoorts
Is het de of het examenkoorts
In de Nederlandse taal gebruiken wij de examenkoorts.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: exam fever
Deutsch: Prüfung Fieber | Bekijk of het der of die Prüfung Fieber is.
Français: fièvre examen | Bekijk of het Le o La fièvre examen is.
Jou of jouw: jouw examenkoorts
Buigings-e:
Mooi of mooie examenkoorts
Groot of grote examenkoorts
Half of halve examenkoorts
Grappig of grappige examenkoorts
Leeg of lege examenkoorts
leuk of leuke examenkoorts
Vet of vette examenkoorts
Snel of snelle examenkoorts
Wit of witte examenkoorts
Klein of kleine examenkoorts
Rood of rode examenkoorts
Dik of dikke examenkoorts
Oud of oude examenkoorts
Goed of goede examenkoorts
Wat rijmt er op examenkoorts
Elk of elke: Elke examenkoorts
Aanwijzend voornaamwoord: Die examenkoorts
Bezittelijk voornaamwoord: Onze examenkoorts
Wat rijmt er op examenkoorts
Buigings-e:
Mooi of mooie examenkoorts
Groot of grote examenkoorts
Half of halve examenkoorts
Grappig of grappige examenkoorts
Leeg of lege examenkoorts
leuk of leuke examenkoorts
Vet of vette examenkoorts
Snel of snelle examenkoorts
Wit of witte examenkoorts
Klein of kleine examenkoorts
Rood of rode examenkoorts
Dik of dikke examenkoorts
Oud of oude examenkoorts
Goed of goede examenkoorts
Wat rijmt er op examenkoorts
Elk of elke: Elke examenkoorts
Aanwijzend voornaamwoord: Die examenkoorts
Bezittelijk voornaamwoord: Onze examenkoorts
Wat rijmt er op examenkoorts
Oefening van de dag



