De of het fluorideren?
Het fluorideren
Is het de of het fluorideren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het fluorideren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: fluoride
Deutsch: Fluorid | Bekijk of het der of die Fluorid is.
Français: Fluorure | Bekijk of het Le o La Fluorure is.
Jou of jouw: jouw fluorideren
Buigings-e:
Mooi of mooie fluorideren
Groot of grote fluorideren
Half of halve fluorideren
Grappig of grappige fluorideren
Leeg of lege fluorideren
leuk of leuke fluorideren
Vet of vette fluorideren
Snel of snelle fluorideren
Wit of witte fluorideren
Klein of kleine fluorideren
Rood of rode fluorideren
Dik of dikke fluorideren
Oud of oude fluorideren
Goed of goede fluorideren
Wat rijmt er op fluorideren
Elk of elke: Elk fluorideren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat fluorideren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons fluorideren
Wat rijmt er op fluorideren
Buigings-e:
Mooi of mooie fluorideren
Groot of grote fluorideren
Half of halve fluorideren
Grappig of grappige fluorideren
Leeg of lege fluorideren
leuk of leuke fluorideren
Vet of vette fluorideren
Snel of snelle fluorideren
Wit of witte fluorideren
Klein of kleine fluorideren
Rood of rode fluorideren
Dik of dikke fluorideren
Oud of oude fluorideren
Goed of goede fluorideren
Wat rijmt er op fluorideren
Elk of elke: Elk fluorideren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat fluorideren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons fluorideren
Wat rijmt er op fluorideren
Oefening van de dag



