De of het forceren?
Het forceren
Is het de of het forceren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het forceren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: force
Deutsch: Kraft | Bekijk of het der of die Kraft is.
Français: force | Bekijk of het Le o La force is.
Jou of jouw: jouw forceren
Buigings-e:
Mooi of mooie forceren
Groot of grote forceren
Half of halve forceren
Grappig of grappige forceren
Leeg of lege forceren
leuk of leuke forceren
Vet of vette forceren
Snel of snelle forceren
Wit of witte forceren
Klein of kleine forceren
Rood of rode forceren
Dik of dikke forceren
Oud of oude forceren
Goed of goede forceren
Wat rijmt er op forceren
Elk of elke: Elk forceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat forceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons forceren
Wat rijmt er op forceren
Buigings-e:
Mooi of mooie forceren
Groot of grote forceren
Half of halve forceren
Grappig of grappige forceren
Leeg of lege forceren
leuk of leuke forceren
Vet of vette forceren
Snel of snelle forceren
Wit of witte forceren
Klein of kleine forceren
Rood of rode forceren
Dik of dikke forceren
Oud of oude forceren
Goed of goede forceren
Wat rijmt er op forceren
Elk of elke: Elk forceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat forceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons forceren
Wat rijmt er op forceren
Oefening van de dag



