De of het franchising?
De franchising
Is het de of het franchising
In de Nederlandse taal gebruiken wij de franchising.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: franchising
Deutsch: Franchising | Bekijk of het der of die Franchising is.
Français: franchisage | Bekijk of het Le o La franchisage is.
Jou of jouw: jouw franchising
Buigings-e:
Mooi of mooie franchising
Groot of grote franchising
Half of halve franchising
Grappig of grappige franchising
Leeg of lege franchising
leuk of leuke franchising
Vet of vette franchising
Snel of snelle franchising
Wit of witte franchising
Klein of kleine franchising
Rood of rode franchising
Dik of dikke franchising
Oud of oude franchising
Goed of goede franchising
Wat rijmt er op franchising
Elk of elke: Elke franchising
Aanwijzend voornaamwoord: Die franchising
Bezittelijk voornaamwoord: Onze franchising
Wat rijmt er op franchising
Buigings-e:
Mooi of mooie franchising
Groot of grote franchising
Half of halve franchising
Grappig of grappige franchising
Leeg of lege franchising
leuk of leuke franchising
Vet of vette franchising
Snel of snelle franchising
Wit of witte franchising
Klein of kleine franchising
Rood of rode franchising
Dik of dikke franchising
Oud of oude franchising
Goed of goede franchising
Wat rijmt er op franchising
Elk of elke: Elke franchising
Aanwijzend voornaamwoord: Die franchising
Bezittelijk voornaamwoord: Onze franchising
Wat rijmt er op franchising
Oefening van de dag



