De of het gastmoeder?
De gastmoeder
Is het de of het gastmoeder
In de Nederlandse taal gebruiken wij de gastmoeder.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: host mother
Deutsch: Gastmutter | Bekijk of het der of die Gastmutter is.
Français: accueillir mère | Bekijk of het Le o La accueillir mère is.
Jou of jouw: jouw gastmoeder
Buigings-e:
Mooi of mooie gastmoeder
Groot of grote gastmoeder
Half of halve gastmoeder
Grappig of grappige gastmoeder
Leeg of lege gastmoeder
leuk of leuke gastmoeder
Vet of vette gastmoeder
Snel of snelle gastmoeder
Wit of witte gastmoeder
Klein of kleine gastmoeder
Rood of rode gastmoeder
Dik of dikke gastmoeder
Oud of oude gastmoeder
Goed of goede gastmoeder
Wat rijmt er op gastmoeder
Elk of elke: Elke gastmoeder
Aanwijzend voornaamwoord: Die gastmoeder
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gastmoeder
Wat rijmt er op gastmoeder
Buigings-e:
Mooi of mooie gastmoeder
Groot of grote gastmoeder
Half of halve gastmoeder
Grappig of grappige gastmoeder
Leeg of lege gastmoeder
leuk of leuke gastmoeder
Vet of vette gastmoeder
Snel of snelle gastmoeder
Wit of witte gastmoeder
Klein of kleine gastmoeder
Rood of rode gastmoeder
Dik of dikke gastmoeder
Oud of oude gastmoeder
Goed of goede gastmoeder
Wat rijmt er op gastmoeder
Elk of elke: Elke gastmoeder
Aanwijzend voornaamwoord: Die gastmoeder
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gastmoeder
Wat rijmt er op gastmoeder
Oefening van de dag



