De of het gelegenheidsargument?
Het gelegenheidsargument
Is het de of het gelegenheidsargument
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gelegenheidsargument.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: opportunity argument
Deutsch: Gelegenheit Argument | Bekijk of het der of die Gelegenheit Argument is.
Français: l'argument d'opportunité | Bekijk of het Le o La l'argument d'opportunité is.
Jou of jouw: jouw gelegenheidsargument
Buigings-e:
Mooi of mooie gelegenheidsargument
Groot of grote gelegenheidsargument
Half of halve gelegenheidsargument
Grappig of grappige gelegenheidsargument
Leeg of lege gelegenheidsargument
leuk of leuke gelegenheidsargument
Vet of vette gelegenheidsargument
Snel of snelle gelegenheidsargument
Wit of witte gelegenheidsargument
Klein of kleine gelegenheidsargument
Rood of rode gelegenheidsargument
Dik of dikke gelegenheidsargument
Oud of oude gelegenheidsargument
Goed of goede gelegenheidsargument
Wat rijmt er op gelegenheidsargument
Elk of elke: Elk gelegenheidsargument
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gelegenheidsargument
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gelegenheidsargument
Wat rijmt er op gelegenheidsargument
Buigings-e:
Mooi of mooie gelegenheidsargument
Groot of grote gelegenheidsargument
Half of halve gelegenheidsargument
Grappig of grappige gelegenheidsargument
Leeg of lege gelegenheidsargument
leuk of leuke gelegenheidsargument
Vet of vette gelegenheidsargument
Snel of snelle gelegenheidsargument
Wit of witte gelegenheidsargument
Klein of kleine gelegenheidsargument
Rood of rode gelegenheidsargument
Dik of dikke gelegenheidsargument
Oud of oude gelegenheidsargument
Goed of goede gelegenheidsargument
Wat rijmt er op gelegenheidsargument
Elk of elke: Elk gelegenheidsargument
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gelegenheidsargument
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gelegenheidsargument
Wat rijmt er op gelegenheidsargument
Oefening van de dag



