De of het geneeskundekunde?
De geneeskundekunde
Is het de of het geneeskundekunde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de geneeskundekunde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: medical science
Jou of jouw: jouw geneeskundekunde
Buigings-e:
Mooi of mooie geneeskundekunde
Groot of grote geneeskundekunde
Half of halve geneeskundekunde
Grappig of grappige geneeskundekunde
Leeg of lege geneeskundekunde
leuk of leuke geneeskundekunde
Vet of vette geneeskundekunde
Snel of snelle geneeskundekunde
Wit of witte geneeskundekunde
Klein of kleine geneeskundekunde
Rood of rode geneeskundekunde
Dik of dikke geneeskundekunde
Oud of oude geneeskundekunde
Goed of goede geneeskundekunde
Wat rijmt er op geneeskundekunde
Elk of elke: Elke geneeskundekunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die geneeskundekunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze geneeskundekunde
Wat rijmt er op geneeskundekunde
Buigings-e:
Mooi of mooie geneeskundekunde
Groot of grote geneeskundekunde
Half of halve geneeskundekunde
Grappig of grappige geneeskundekunde
Leeg of lege geneeskundekunde
leuk of leuke geneeskundekunde
Vet of vette geneeskundekunde
Snel of snelle geneeskundekunde
Wit of witte geneeskundekunde
Klein of kleine geneeskundekunde
Rood of rode geneeskundekunde
Dik of dikke geneeskundekunde
Oud of oude geneeskundekunde
Goed of goede geneeskundekunde
Wat rijmt er op geneeskundekunde
Elk of elke: Elke geneeskundekunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die geneeskundekunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze geneeskundekunde
Wat rijmt er op geneeskundekunde
Oefening van de dag



