De of het getijdenboek?
Het getijdenboek
Is het de of het getijdenboek
In de Nederlandse taal gebruiken wij het getijdenboek.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: breviary
Deutsch: Brevier | Bekijk of het der of die Brevier is.
Français: bréviaire | Bekijk of het Le o La bréviaire is.
Jou of jouw: jouw getijdenboek
Buigings-e:
Mooi of mooie getijdenboek
Groot of grote getijdenboek
Half of halve getijdenboek
Grappig of grappige getijdenboek
Leeg of lege getijdenboek
leuk of leuke getijdenboek
Vet of vette getijdenboek
Snel of snelle getijdenboek
Wit of witte getijdenboek
Klein of kleine getijdenboek
Rood of rode getijdenboek
Dik of dikke getijdenboek
Oud of oude getijdenboek
Goed of goede getijdenboek
Wat rijmt er op getijdenboek
Elk of elke: Elk getijdenboek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat getijdenboek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons getijdenboek
Wat rijmt er op getijdenboek
Buigings-e:
Mooi of mooie getijdenboek
Groot of grote getijdenboek
Half of halve getijdenboek
Grappig of grappige getijdenboek
Leeg of lege getijdenboek
leuk of leuke getijdenboek
Vet of vette getijdenboek
Snel of snelle getijdenboek
Wit of witte getijdenboek
Klein of kleine getijdenboek
Rood of rode getijdenboek
Dik of dikke getijdenboek
Oud of oude getijdenboek
Goed of goede getijdenboek
Wat rijmt er op getijdenboek
Elk of elke: Elk getijdenboek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat getijdenboek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons getijdenboek
Wat rijmt er op getijdenboek
Oefening van de dag



