De of het geweldpleger?
Het geweldpleger
Is het de of het geweldpleger
In de Nederlandse taal gebruiken wij het geweldpleger.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: offender
Deutsch: Täter | Bekijk of het der of die Täter is.
Français: auteur | Bekijk of het Le o La auteur is.
Jou of jouw: jouw geweldpleger
Buigings-e:
Mooi of mooie geweldpleger
Groot of grote geweldpleger
Half of halve geweldpleger
Grappig of grappige geweldpleger
Leeg of lege geweldpleger
leuk of leuke geweldpleger
Vet of vette geweldpleger
Snel of snelle geweldpleger
Wit of witte geweldpleger
Klein of kleine geweldpleger
Rood of rode geweldpleger
Dik of dikke geweldpleger
Oud of oude geweldpleger
Goed of goede geweldpleger
Wat rijmt er op geweldpleger
Elk of elke: Elk geweldpleger
Aanwijzend voornaamwoord: Dat geweldpleger
Bezittelijk voornaamwoord: Ons geweldpleger
Wat rijmt er op geweldpleger
Buigings-e:
Mooi of mooie geweldpleger
Groot of grote geweldpleger
Half of halve geweldpleger
Grappig of grappige geweldpleger
Leeg of lege geweldpleger
leuk of leuke geweldpleger
Vet of vette geweldpleger
Snel of snelle geweldpleger
Wit of witte geweldpleger
Klein of kleine geweldpleger
Rood of rode geweldpleger
Dik of dikke geweldpleger
Oud of oude geweldpleger
Goed of goede geweldpleger
Wat rijmt er op geweldpleger
Elk of elke: Elk geweldpleger
Aanwijzend voornaamwoord: Dat geweldpleger
Bezittelijk voornaamwoord: Ons geweldpleger
Wat rijmt er op geweldpleger
Oefening van de dag



