De of het gewoontegebaar?
Het gewoontegebaar
Is het de of het gewoontegebaar
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gewoontegebaar.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: habit gesture
Deutsch: Gewohnheit Geste | Bekijk of het der of die Gewohnheit Geste is.
Français: habitude geste | Bekijk of het Le o La habitude geste is.
Jou of jouw: jouw gewoontegebaar
Buigings-e:
Mooi of mooie gewoontegebaar
Groot of grote gewoontegebaar
Half of halve gewoontegebaar
Grappig of grappige gewoontegebaar
Leeg of lege gewoontegebaar
leuk of leuke gewoontegebaar
Vet of vette gewoontegebaar
Snel of snelle gewoontegebaar
Wit of witte gewoontegebaar
Klein of kleine gewoontegebaar
Rood of rode gewoontegebaar
Dik of dikke gewoontegebaar
Oud of oude gewoontegebaar
Goed of goede gewoontegebaar
Wat rijmt er op gewoontegebaar
Elk of elke: Elk gewoontegebaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gewoontegebaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gewoontegebaar
Wat rijmt er op gewoontegebaar
Buigings-e:
Mooi of mooie gewoontegebaar
Groot of grote gewoontegebaar
Half of halve gewoontegebaar
Grappig of grappige gewoontegebaar
Leeg of lege gewoontegebaar
leuk of leuke gewoontegebaar
Vet of vette gewoontegebaar
Snel of snelle gewoontegebaar
Wit of witte gewoontegebaar
Klein of kleine gewoontegebaar
Rood of rode gewoontegebaar
Dik of dikke gewoontegebaar
Oud of oude gewoontegebaar
Goed of goede gewoontegebaar
Wat rijmt er op gewoontegebaar
Elk of elke: Elk gewoontegebaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gewoontegebaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gewoontegebaar
Wat rijmt er op gewoontegebaar
Oefening van de dag



