De of het gezinsbedrijf?
Het gezinsbedrijf
Is het de of het gezinsbedrijf
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gezinsbedrijf.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: family business
Deutsch: Familienunternehmen | Bekijk of het der of die Familienunternehmen is.
Français: entreprise familiale | Bekijk of het Le o La entreprise familiale is.
Jou of jouw: jouw gezinsbedrijf
Buigings-e:
Mooi of mooie gezinsbedrijf
Groot of grote gezinsbedrijf
Half of halve gezinsbedrijf
Grappig of grappige gezinsbedrijf
Leeg of lege gezinsbedrijf
leuk of leuke gezinsbedrijf
Vet of vette gezinsbedrijf
Snel of snelle gezinsbedrijf
Wit of witte gezinsbedrijf
Klein of kleine gezinsbedrijf
Rood of rode gezinsbedrijf
Dik of dikke gezinsbedrijf
Oud of oude gezinsbedrijf
Goed of goede gezinsbedrijf
Wat rijmt er op gezinsbedrijf
Elk of elke: Elk gezinsbedrijf
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gezinsbedrijf
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gezinsbedrijf
Wat rijmt er op gezinsbedrijf
Buigings-e:
Mooi of mooie gezinsbedrijf
Groot of grote gezinsbedrijf
Half of halve gezinsbedrijf
Grappig of grappige gezinsbedrijf
Leeg of lege gezinsbedrijf
leuk of leuke gezinsbedrijf
Vet of vette gezinsbedrijf
Snel of snelle gezinsbedrijf
Wit of witte gezinsbedrijf
Klein of kleine gezinsbedrijf
Rood of rode gezinsbedrijf
Dik of dikke gezinsbedrijf
Oud of oude gezinsbedrijf
Goed of goede gezinsbedrijf
Wat rijmt er op gezinsbedrijf
Elk of elke: Elk gezinsbedrijf
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gezinsbedrijf
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gezinsbedrijf
Wat rijmt er op gezinsbedrijf
Oefening van de dag



