De of het grensafbakening?
De grensafbakening
Is het de of het grensafbakening
In de Nederlandse taal gebruiken wij de grensafbakening.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: border demarcation
Jou of jouw: jouw grensafbakening
Buigings-e:
Mooi of mooie grensafbakening
Groot of grote grensafbakening
Half of halve grensafbakening
Grappig of grappige grensafbakening
Leeg of lege grensafbakening
leuk of leuke grensafbakening
Vet of vette grensafbakening
Snel of snelle grensafbakening
Wit of witte grensafbakening
Klein of kleine grensafbakening
Rood of rode grensafbakening
Dik of dikke grensafbakening
Oud of oude grensafbakening
Goed of goede grensafbakening
Wat rijmt er op grensafbakening
Elk of elke: Elke grensafbakening
Aanwijzend voornaamwoord: Die grensafbakening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze grensafbakening
Wat rijmt er op grensafbakening
Buigings-e:
Mooi of mooie grensafbakening
Groot of grote grensafbakening
Half of halve grensafbakening
Grappig of grappige grensafbakening
Leeg of lege grensafbakening
leuk of leuke grensafbakening
Vet of vette grensafbakening
Snel of snelle grensafbakening
Wit of witte grensafbakening
Klein of kleine grensafbakening
Rood of rode grensafbakening
Dik of dikke grensafbakening
Oud of oude grensafbakening
Goed of goede grensafbakening
Wat rijmt er op grensafbakening
Elk of elke: Elke grensafbakening
Aanwijzend voornaamwoord: Die grensafbakening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze grensafbakening
Wat rijmt er op grensafbakening
Oefening van de dag



