De of het griezelen?
Het griezelen
Is het de of het griezelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het griezelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: shiver
Deutsch: Schauer | Bekijk of het der of die Schauer is.
Français: frisson | Bekijk of het Le o La frisson is.
Jou of jouw: jouw griezelen
Buigings-e:
Mooi of mooie griezelen
Groot of grote griezelen
Half of halve griezelen
Grappig of grappige griezelen
Leeg of lege griezelen
leuk of leuke griezelen
Vet of vette griezelen
Snel of snelle griezelen
Wit of witte griezelen
Klein of kleine griezelen
Rood of rode griezelen
Dik of dikke griezelen
Oud of oude griezelen
Goed of goede griezelen
Wat rijmt er op griezelen
Elk of elke: Elk griezelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat griezelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons griezelen
Wat rijmt er op griezelen
Buigings-e:
Mooi of mooie griezelen
Groot of grote griezelen
Half of halve griezelen
Grappig of grappige griezelen
Leeg of lege griezelen
leuk of leuke griezelen
Vet of vette griezelen
Snel of snelle griezelen
Wit of witte griezelen
Klein of kleine griezelen
Rood of rode griezelen
Dik of dikke griezelen
Oud of oude griezelen
Goed of goede griezelen
Wat rijmt er op griezelen
Elk of elke: Elk griezelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat griezelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons griezelen
Wat rijmt er op griezelen
Oefening van de dag



