De of het haaien?
Het haaien
Is het de of het haaien
In de Nederlandse taal gebruiken wij het haaien.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: sharks
Deutsch: Haie | Bekijk of het der of die Haie is.
Français: requins | Bekijk of het Le o La requins is.
Jou of jouw: jouw haaien
Buigings-e:
Mooi of mooie haaien
Groot of grote haaien
Half of halve haaien
Grappig of grappige haaien
Leeg of lege haaien
leuk of leuke haaien
Vet of vette haaien
Snel of snelle haaien
Wit of witte haaien
Klein of kleine haaien
Rood of rode haaien
Dik of dikke haaien
Oud of oude haaien
Goed of goede haaien
Wat rijmt er op haaien
Elk of elke: Elk haaien
Aanwijzend voornaamwoord: Dat haaien
Bezittelijk voornaamwoord: Ons haaien
Wat rijmt er op haaien
Buigings-e:
Mooi of mooie haaien
Groot of grote haaien
Half of halve haaien
Grappig of grappige haaien
Leeg of lege haaien
leuk of leuke haaien
Vet of vette haaien
Snel of snelle haaien
Wit of witte haaien
Klein of kleine haaien
Rood of rode haaien
Dik of dikke haaien
Oud of oude haaien
Goed of goede haaien
Wat rijmt er op haaien
Elk of elke: Elk haaien
Aanwijzend voornaamwoord: Dat haaien
Bezittelijk voornaamwoord: Ons haaien
Wat rijmt er op haaien
Oefening van de dag



