De of het hergeboorte?
De hergeboorte
Is het de of het hergeboorte
In de Nederlandse taal gebruiken wij de hergeboorte.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: rebirth
Deutsch: Wiedergeburt | Bekijk of het der of die Wiedergeburt is.
Français: renaissance | Bekijk of het Le o La renaissance is.
Jou of jouw: jouw hergeboorte
Buigings-e:
Mooi of mooie hergeboorte
Groot of grote hergeboorte
Half of halve hergeboorte
Grappig of grappige hergeboorte
Leeg of lege hergeboorte
leuk of leuke hergeboorte
Vet of vette hergeboorte
Snel of snelle hergeboorte
Wit of witte hergeboorte
Klein of kleine hergeboorte
Rood of rode hergeboorte
Dik of dikke hergeboorte
Oud of oude hergeboorte
Goed of goede hergeboorte
Wat rijmt er op hergeboorte
Elk of elke: Elke hergeboorte
Aanwijzend voornaamwoord: Die hergeboorte
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hergeboorte
Wat rijmt er op hergeboorte
Buigings-e:
Mooi of mooie hergeboorte
Groot of grote hergeboorte
Half of halve hergeboorte
Grappig of grappige hergeboorte
Leeg of lege hergeboorte
leuk of leuke hergeboorte
Vet of vette hergeboorte
Snel of snelle hergeboorte
Wit of witte hergeboorte
Klein of kleine hergeboorte
Rood of rode hergeboorte
Dik of dikke hergeboorte
Oud of oude hergeboorte
Goed of goede hergeboorte
Wat rijmt er op hergeboorte
Elk of elke: Elke hergeboorte
Aanwijzend voornaamwoord: Die hergeboorte
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hergeboorte
Wat rijmt er op hergeboorte
Oefening van de dag



