De of het ijzeren?
Het ijzeren
Is het de of het ijzeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ijzeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: iron
Deutsch: bügle | Bekijk of het der of die bügle is.
Français: le fer | Bekijk of het Le o La le fer is.
Jou of jouw: jouw ijzeren
Buigings-e:
Mooi of mooie ijzeren
Groot of grote ijzeren
Half of halve ijzeren
Grappig of grappige ijzeren
Leeg of lege ijzeren
leuk of leuke ijzeren
Vet of vette ijzeren
Snel of snelle ijzeren
Wit of witte ijzeren
Klein of kleine ijzeren
Rood of rode ijzeren
Dik of dikke ijzeren
Oud of oude ijzeren
Goed of goede ijzeren
Wat rijmt er op ijzeren
Elk of elke: Elk ijzeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ijzeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ijzeren
Wat rijmt er op ijzeren
gietijzeren - smeedijzeren - plaatijzeren -
Buigings-e:
Mooi of mooie ijzeren
Groot of grote ijzeren
Half of halve ijzeren
Grappig of grappige ijzeren
Leeg of lege ijzeren
leuk of leuke ijzeren
Vet of vette ijzeren
Snel of snelle ijzeren
Wit of witte ijzeren
Klein of kleine ijzeren
Rood of rode ijzeren
Dik of dikke ijzeren
Oud of oude ijzeren
Goed of goede ijzeren
Wat rijmt er op ijzeren
Elk of elke: Elk ijzeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ijzeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ijzeren
Wat rijmt er op ijzeren
gietijzeren - smeedijzeren - plaatijzeren -
Oefening van de dag



