De of het immuniseren?
Het immuniseren
Is het de of het immuniseren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het immuniseren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: immunize
Deutsch: immunisieren | Bekijk of het der of die immunisieren is.
Français: immuniser | Bekijk of het Le o La immuniser is.
Jou of jouw: jouw immuniseren
Buigings-e:
Mooi of mooie immuniseren
Groot of grote immuniseren
Half of halve immuniseren
Grappig of grappige immuniseren
Leeg of lege immuniseren
leuk of leuke immuniseren
Vet of vette immuniseren
Snel of snelle immuniseren
Wit of witte immuniseren
Klein of kleine immuniseren
Rood of rode immuniseren
Dik of dikke immuniseren
Oud of oude immuniseren
Goed of goede immuniseren
Wat rijmt er op immuniseren
Elk of elke: Elk immuniseren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat immuniseren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons immuniseren
Wat rijmt er op immuniseren
Buigings-e:
Mooi of mooie immuniseren
Groot of grote immuniseren
Half of halve immuniseren
Grappig of grappige immuniseren
Leeg of lege immuniseren
leuk of leuke immuniseren
Vet of vette immuniseren
Snel of snelle immuniseren
Wit of witte immuniseren
Klein of kleine immuniseren
Rood of rode immuniseren
Dik of dikke immuniseren
Oud of oude immuniseren
Goed of goede immuniseren
Wat rijmt er op immuniseren
Elk of elke: Elk immuniseren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat immuniseren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons immuniseren
Wat rijmt er op immuniseren
Oefening van de dag



