De of het imponeren?
Het imponeren
Is het de of het imponeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het imponeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: impress
Deutsch: beeindrucken | Bekijk of het der of die beeindrucken is.
Français: impressionner | Bekijk of het Le o La impressionner is.
Jou of jouw: jouw imponeren
Buigings-e:
Mooi of mooie imponeren
Groot of grote imponeren
Half of halve imponeren
Grappig of grappige imponeren
Leeg of lege imponeren
leuk of leuke imponeren
Vet of vette imponeren
Snel of snelle imponeren
Wit of witte imponeren
Klein of kleine imponeren
Rood of rode imponeren
Dik of dikke imponeren
Oud of oude imponeren
Goed of goede imponeren
Wat rijmt er op imponeren
Elk of elke: Elk imponeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat imponeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons imponeren
Wat rijmt er op imponeren
Buigings-e:
Mooi of mooie imponeren
Groot of grote imponeren
Half of halve imponeren
Grappig of grappige imponeren
Leeg of lege imponeren
leuk of leuke imponeren
Vet of vette imponeren
Snel of snelle imponeren
Wit of witte imponeren
Klein of kleine imponeren
Rood of rode imponeren
Dik of dikke imponeren
Oud of oude imponeren
Goed of goede imponeren
Wat rijmt er op imponeren
Elk of elke: Elk imponeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat imponeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons imponeren
Wat rijmt er op imponeren
Oefening van de dag



