De of het improviseren?
Het improviseren
Is het de of het improviseren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het improviseren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: improvise
Deutsch: improvisieren | Bekijk of het der of die improvisieren is.
Français: improviser | Bekijk of het Le o La improviser is.
Jou of jouw: jouw improviseren
Buigings-e:
Mooi of mooie improviseren
Groot of grote improviseren
Half of halve improviseren
Grappig of grappige improviseren
Leeg of lege improviseren
leuk of leuke improviseren
Vet of vette improviseren
Snel of snelle improviseren
Wit of witte improviseren
Klein of kleine improviseren
Rood of rode improviseren
Dik of dikke improviseren
Oud of oude improviseren
Goed of goede improviseren
Wat rijmt er op improviseren
Elk of elke: Elk improviseren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat improviseren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons improviseren
Wat rijmt er op improviseren
Buigings-e:
Mooi of mooie improviseren
Groot of grote improviseren
Half of halve improviseren
Grappig of grappige improviseren
Leeg of lege improviseren
leuk of leuke improviseren
Vet of vette improviseren
Snel of snelle improviseren
Wit of witte improviseren
Klein of kleine improviseren
Rood of rode improviseren
Dik of dikke improviseren
Oud of oude improviseren
Goed of goede improviseren
Wat rijmt er op improviseren
Elk of elke: Elk improviseren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat improviseren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons improviseren
Wat rijmt er op improviseren
Oefening van de dag



