De of het inprenten?
Het inprenten
Is het de of het inprenten
In de Nederlandse taal gebruiken wij het inprenten.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: inculcate
Deutsch: einschärfen | Bekijk of het der of die einschärfen is.
Français: inculquer | Bekijk of het Le o La inculquer is.
Jou of jouw: jouw inprenten
Buigings-e:
Mooi of mooie inprenten
Groot of grote inprenten
Half of halve inprenten
Grappig of grappige inprenten
Leeg of lege inprenten
leuk of leuke inprenten
Vet of vette inprenten
Snel of snelle inprenten
Wit of witte inprenten
Klein of kleine inprenten
Rood of rode inprenten
Dik of dikke inprenten
Oud of oude inprenten
Goed of goede inprenten
Wat rijmt er op inprenten
Elk of elke: Elk inprenten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat inprenten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons inprenten
Wat rijmt er op inprenten
Buigings-e:
Mooi of mooie inprenten
Groot of grote inprenten
Half of halve inprenten
Grappig of grappige inprenten
Leeg of lege inprenten
leuk of leuke inprenten
Vet of vette inprenten
Snel of snelle inprenten
Wit of witte inprenten
Klein of kleine inprenten
Rood of rode inprenten
Dik of dikke inprenten
Oud of oude inprenten
Goed of goede inprenten
Wat rijmt er op inprenten
Elk of elke: Elk inprenten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat inprenten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons inprenten
Wat rijmt er op inprenten
Oefening van de dag



