De of het intergemeentelijk?
Het intergemeentelijk
Is het de of het intergemeentelijk
In de Nederlandse taal gebruiken wij het intergemeentelijk.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: intermunicipal
Deutsch: inter | Bekijk of het der of die inter is.
Français: intercommunal | Bekijk of het Le o La intercommunal is.
Jou of jouw: jouw intergemeentelijk
Buigings-e:
Mooi of mooie intergemeentelijk
Groot of grote intergemeentelijk
Half of halve intergemeentelijk
Grappig of grappige intergemeentelijk
Leeg of lege intergemeentelijk
leuk of leuke intergemeentelijk
Vet of vette intergemeentelijk
Snel of snelle intergemeentelijk
Wit of witte intergemeentelijk
Klein of kleine intergemeentelijk
Rood of rode intergemeentelijk
Dik of dikke intergemeentelijk
Oud of oude intergemeentelijk
Goed of goede intergemeentelijk
Wat rijmt er op intergemeentelijk
Elk of elke: Elk intergemeentelijk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat intergemeentelijk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons intergemeentelijk
Wat rijmt er op intergemeentelijk
Buigings-e:
Mooi of mooie intergemeentelijk
Groot of grote intergemeentelijk
Half of halve intergemeentelijk
Grappig of grappige intergemeentelijk
Leeg of lege intergemeentelijk
leuk of leuke intergemeentelijk
Vet of vette intergemeentelijk
Snel of snelle intergemeentelijk
Wit of witte intergemeentelijk
Klein of kleine intergemeentelijk
Rood of rode intergemeentelijk
Dik of dikke intergemeentelijk
Oud of oude intergemeentelijk
Goed of goede intergemeentelijk
Wat rijmt er op intergemeentelijk
Elk of elke: Elk intergemeentelijk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat intergemeentelijk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons intergemeentelijk
Wat rijmt er op intergemeentelijk
Oefening van de dag



