De of het interrumperen?
Het interrumperen
Is het de of het interrumperen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het interrumperen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: interrupt
Deutsch: unterbrechen | Bekijk of het der of die unterbrechen is.
Français: interrompre | Bekijk of het Le o La interrompre is.
Jou of jouw: jouw interrumperen
Buigings-e:
Mooi of mooie interrumperen
Groot of grote interrumperen
Half of halve interrumperen
Grappig of grappige interrumperen
Leeg of lege interrumperen
leuk of leuke interrumperen
Vet of vette interrumperen
Snel of snelle interrumperen
Wit of witte interrumperen
Klein of kleine interrumperen
Rood of rode interrumperen
Dik of dikke interrumperen
Oud of oude interrumperen
Goed of goede interrumperen
Wat rijmt er op interrumperen
Elk of elke: Elk interrumperen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat interrumperen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons interrumperen
Wat rijmt er op interrumperen
Buigings-e:
Mooi of mooie interrumperen
Groot of grote interrumperen
Half of halve interrumperen
Grappig of grappige interrumperen
Leeg of lege interrumperen
leuk of leuke interrumperen
Vet of vette interrumperen
Snel of snelle interrumperen
Wit of witte interrumperen
Klein of kleine interrumperen
Rood of rode interrumperen
Dik of dikke interrumperen
Oud of oude interrumperen
Goed of goede interrumperen
Wat rijmt er op interrumperen
Elk of elke: Elk interrumperen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat interrumperen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons interrumperen
Wat rijmt er op interrumperen
Oefening van de dag



