De of het jansenist?
De jansenist
Is het de of het jansenist
In de Nederlandse taal gebruiken wij de jansenist.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: jansenist
Deutsch: jansenist | Bekijk of het der of die jansenist is.
Français: janséniste | Bekijk of het Le o La janséniste is.
Jou of jouw: jouw jansenist
Buigings-e:
Mooi of mooie jansenist
Groot of grote jansenist
Half of halve jansenist
Grappig of grappige jansenist
Leeg of lege jansenist
leuk of leuke jansenist
Vet of vette jansenist
Snel of snelle jansenist
Wit of witte jansenist
Klein of kleine jansenist
Rood of rode jansenist
Dik of dikke jansenist
Oud of oude jansenist
Goed of goede jansenist
Wat rijmt er op jansenist
Elk of elke: Elke jansenist
Aanwijzend voornaamwoord: Die jansenist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze jansenist
Wat rijmt er op jansenist
Buigings-e:
Mooi of mooie jansenist
Groot of grote jansenist
Half of halve jansenist
Grappig of grappige jansenist
Leeg of lege jansenist
leuk of leuke jansenist
Vet of vette jansenist
Snel of snelle jansenist
Wit of witte jansenist
Klein of kleine jansenist
Rood of rode jansenist
Dik of dikke jansenist
Oud of oude jansenist
Goed of goede jansenist
Wat rijmt er op jansenist
Elk of elke: Elke jansenist
Aanwijzend voornaamwoord: Die jansenist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze jansenist
Wat rijmt er op jansenist
Oefening van de dag



