De of het januarinummer?
Het januarinummer
Is het de of het januarinummer
In de Nederlandse taal gebruiken wij het januarinummer.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: January issue
Deutsch: Januar-Ausgabe | Bekijk of het der of die Januar-Ausgabe is.
Français: Numéro de janvier | Bekijk of het Le o La Numéro de janvier is.
Jou of jouw: jouw januarinummer
Buigings-e:
Mooi of mooie januarinummer
Groot of grote januarinummer
Half of halve januarinummer
Grappig of grappige januarinummer
Leeg of lege januarinummer
leuk of leuke januarinummer
Vet of vette januarinummer
Snel of snelle januarinummer
Wit of witte januarinummer
Klein of kleine januarinummer
Rood of rode januarinummer
Dik of dikke januarinummer
Oud of oude januarinummer
Goed of goede januarinummer
Wat rijmt er op januarinummer
Elk of elke: Elk januarinummer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat januarinummer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons januarinummer
Wat rijmt er op januarinummer
Buigings-e:
Mooi of mooie januarinummer
Groot of grote januarinummer
Half of halve januarinummer
Grappig of grappige januarinummer
Leeg of lege januarinummer
leuk of leuke januarinummer
Vet of vette januarinummer
Snel of snelle januarinummer
Wit of witte januarinummer
Klein of kleine januarinummer
Rood of rode januarinummer
Dik of dikke januarinummer
Oud of oude januarinummer
Goed of goede januarinummer
Wat rijmt er op januarinummer
Elk of elke: Elk januarinummer
Aanwijzend voornaamwoord: Dat januarinummer
Bezittelijk voornaamwoord: Ons januarinummer
Wat rijmt er op januarinummer
Oefening van de dag



