De of het kalanderen?
Het kalanderen
Is het de of het kalanderen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het kalanderen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: calendering
Deutsch: Kalandrieren | Bekijk of het der of die Kalandrieren is.
Français: calandrage | Bekijk of het Le o La calandrage is.
Jou of jouw: jouw kalanderen
Buigings-e:
Mooi of mooie kalanderen
Groot of grote kalanderen
Half of halve kalanderen
Grappig of grappige kalanderen
Leeg of lege kalanderen
leuk of leuke kalanderen
Vet of vette kalanderen
Snel of snelle kalanderen
Wit of witte kalanderen
Klein of kleine kalanderen
Rood of rode kalanderen
Dik of dikke kalanderen
Oud of oude kalanderen
Goed of goede kalanderen
Wat rijmt er op kalanderen
Elk of elke: Elk kalanderen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kalanderen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kalanderen
Wat rijmt er op kalanderen
Buigings-e:
Mooi of mooie kalanderen
Groot of grote kalanderen
Half of halve kalanderen
Grappig of grappige kalanderen
Leeg of lege kalanderen
leuk of leuke kalanderen
Vet of vette kalanderen
Snel of snelle kalanderen
Wit of witte kalanderen
Klein of kleine kalanderen
Rood of rode kalanderen
Dik of dikke kalanderen
Oud of oude kalanderen
Goed of goede kalanderen
Wat rijmt er op kalanderen
Elk of elke: Elk kalanderen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kalanderen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kalanderen
Wat rijmt er op kalanderen
Oefening van de dag



