De of het kinderfeestdag?
De kinderfeestdag
Is het de of het kinderfeestdag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de kinderfeestdag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: children's party
Jou of jouw: jouw kinderfeestdag
Buigings-e:
Mooi of mooie kinderfeestdag
Groot of grote kinderfeestdag
Half of halve kinderfeestdag
Grappig of grappige kinderfeestdag
Leeg of lege kinderfeestdag
leuk of leuke kinderfeestdag
Vet of vette kinderfeestdag
Snel of snelle kinderfeestdag
Wit of witte kinderfeestdag
Klein of kleine kinderfeestdag
Rood of rode kinderfeestdag
Dik of dikke kinderfeestdag
Oud of oude kinderfeestdag
Goed of goede kinderfeestdag
Wat rijmt er op kinderfeestdag
Elk of elke: Elke kinderfeestdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die kinderfeestdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze kinderfeestdag
Wat rijmt er op kinderfeestdag
Buigings-e:
Mooi of mooie kinderfeestdag
Groot of grote kinderfeestdag
Half of halve kinderfeestdag
Grappig of grappige kinderfeestdag
Leeg of lege kinderfeestdag
leuk of leuke kinderfeestdag
Vet of vette kinderfeestdag
Snel of snelle kinderfeestdag
Wit of witte kinderfeestdag
Klein of kleine kinderfeestdag
Rood of rode kinderfeestdag
Dik of dikke kinderfeestdag
Oud of oude kinderfeestdag
Goed of goede kinderfeestdag
Wat rijmt er op kinderfeestdag
Elk of elke: Elke kinderfeestdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die kinderfeestdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze kinderfeestdag
Wat rijmt er op kinderfeestdag
Oefening van de dag



