De of het kindvluchteling?
De kindvluchteling
Is het de of het kindvluchteling
In de Nederlandse taal gebruiken wij de kindvluchteling.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: child refugee
Jou of jouw: jouw kindvluchteling
Buigings-e:
Mooi of mooie kindvluchteling
Groot of grote kindvluchteling
Half of halve kindvluchteling
Grappig of grappige kindvluchteling
Leeg of lege kindvluchteling
leuk of leuke kindvluchteling
Vet of vette kindvluchteling
Snel of snelle kindvluchteling
Wit of witte kindvluchteling
Klein of kleine kindvluchteling
Rood of rode kindvluchteling
Dik of dikke kindvluchteling
Oud of oude kindvluchteling
Goed of goede kindvluchteling
Wat rijmt er op kindvluchteling
Elk of elke: Elke kindvluchteling
Aanwijzend voornaamwoord: Die kindvluchteling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze kindvluchteling
Wat rijmt er op kindvluchteling
Buigings-e:
Mooi of mooie kindvluchteling
Groot of grote kindvluchteling
Half of halve kindvluchteling
Grappig of grappige kindvluchteling
Leeg of lege kindvluchteling
leuk of leuke kindvluchteling
Vet of vette kindvluchteling
Snel of snelle kindvluchteling
Wit of witte kindvluchteling
Klein of kleine kindvluchteling
Rood of rode kindvluchteling
Dik of dikke kindvluchteling
Oud of oude kindvluchteling
Goed of goede kindvluchteling
Wat rijmt er op kindvluchteling
Elk of elke: Elke kindvluchteling
Aanwijzend voornaamwoord: Die kindvluchteling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze kindvluchteling
Wat rijmt er op kindvluchteling
Oefening van de dag



