De of het klassieken?
Het klassieken
Is het de of het klassieken
In de Nederlandse taal gebruiken wij het klassieken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: classics
Deutsch: Klassiker | Bekijk of het der of die Klassiker is.
Français: humanités | Bekijk of het Le o La humanités is.
Jou of jouw: jouw klassieken
Buigings-e:
Mooi of mooie klassieken
Groot of grote klassieken
Half of halve klassieken
Grappig of grappige klassieken
Leeg of lege klassieken
leuk of leuke klassieken
Vet of vette klassieken
Snel of snelle klassieken
Wit of witte klassieken
Klein of kleine klassieken
Rood of rode klassieken
Dik of dikke klassieken
Oud of oude klassieken
Goed of goede klassieken
Wat rijmt er op klassieken
Elk of elke: Elk klassieken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat klassieken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons klassieken
Wat rijmt er op klassieken
Buigings-e:
Mooi of mooie klassieken
Groot of grote klassieken
Half of halve klassieken
Grappig of grappige klassieken
Leeg of lege klassieken
leuk of leuke klassieken
Vet of vette klassieken
Snel of snelle klassieken
Wit of witte klassieken
Klein of kleine klassieken
Rood of rode klassieken
Dik of dikke klassieken
Oud of oude klassieken
Goed of goede klassieken
Wat rijmt er op klassieken
Elk of elke: Elk klassieken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat klassieken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons klassieken
Wat rijmt er op klassieken
Oefening van de dag



