De of het knikkeren?
Het knikkeren
Is het de of het knikkeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het knikkeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: play at marbles
Deutsch: spielen Murmeln | Bekijk of het der of die spielen Murmeln is.
Français: jouer aux billes | Bekijk of het Le o La jouer aux billes is.
Jou of jouw: jouw knikkeren
Buigings-e:
Mooi of mooie knikkeren
Groot of grote knikkeren
Half of halve knikkeren
Grappig of grappige knikkeren
Leeg of lege knikkeren
leuk of leuke knikkeren
Vet of vette knikkeren
Snel of snelle knikkeren
Wit of witte knikkeren
Klein of kleine knikkeren
Rood of rode knikkeren
Dik of dikke knikkeren
Oud of oude knikkeren
Goed of goede knikkeren
Wat rijmt er op knikkeren
Elk of elke: Elk knikkeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat knikkeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons knikkeren
Wat rijmt er op knikkeren
Buigings-e:
Mooi of mooie knikkeren
Groot of grote knikkeren
Half of halve knikkeren
Grappig of grappige knikkeren
Leeg of lege knikkeren
leuk of leuke knikkeren
Vet of vette knikkeren
Snel of snelle knikkeren
Wit of witte knikkeren
Klein of kleine knikkeren
Rood of rode knikkeren
Dik of dikke knikkeren
Oud of oude knikkeren
Goed of goede knikkeren
Wat rijmt er op knikkeren
Elk of elke: Elk knikkeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat knikkeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons knikkeren
Wat rijmt er op knikkeren
Oefening van de dag



