De of het lakenkoopman?
De lakenkoopman
Is het de of het lakenkoopman
In de Nederlandse taal gebruiken wij de lakenkoopman.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: cloth merchant
Deutsch: Tuchhändler | Bekijk of het der of die Tuchhändler is.
Français: marchand de tissus | Bekijk of het Le o La marchand de tissus is.
Jou of jouw: jouw lakenkoopman
Buigings-e:
Mooi of mooie lakenkoopman
Groot of grote lakenkoopman
Half of halve lakenkoopman
Grappig of grappige lakenkoopman
Leeg of lege lakenkoopman
leuk of leuke lakenkoopman
Vet of vette lakenkoopman
Snel of snelle lakenkoopman
Wit of witte lakenkoopman
Klein of kleine lakenkoopman
Rood of rode lakenkoopman
Dik of dikke lakenkoopman
Oud of oude lakenkoopman
Goed of goede lakenkoopman
Wat rijmt er op lakenkoopman
Elk of elke: Elke lakenkoopman
Aanwijzend voornaamwoord: Die lakenkoopman
Bezittelijk voornaamwoord: Onze lakenkoopman
Wat rijmt er op lakenkoopman
Buigings-e:
Mooi of mooie lakenkoopman
Groot of grote lakenkoopman
Half of halve lakenkoopman
Grappig of grappige lakenkoopman
Leeg of lege lakenkoopman
leuk of leuke lakenkoopman
Vet of vette lakenkoopman
Snel of snelle lakenkoopman
Wit of witte lakenkoopman
Klein of kleine lakenkoopman
Rood of rode lakenkoopman
Dik of dikke lakenkoopman
Oud of oude lakenkoopman
Goed of goede lakenkoopman
Wat rijmt er op lakenkoopman
Elk of elke: Elke lakenkoopman
Aanwijzend voornaamwoord: Die lakenkoopman
Bezittelijk voornaamwoord: Onze lakenkoopman
Wat rijmt er op lakenkoopman
Oefening van de dag



