De of het leenplicht?
Het leenplicht
Is het de of het leenplicht
In de Nederlandse taal gebruiken wij het leenplicht.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: allegiance
Deutsch: Treue | Bekijk of het der of die Treue is.
Français: allégeance | Bekijk of het Le o La allégeance is.
Jou of jouw: jouw leenplicht
Buigings-e:
Mooi of mooie leenplicht
Groot of grote leenplicht
Half of halve leenplicht
Grappig of grappige leenplicht
Leeg of lege leenplicht
leuk of leuke leenplicht
Vet of vette leenplicht
Snel of snelle leenplicht
Wit of witte leenplicht
Klein of kleine leenplicht
Rood of rode leenplicht
Dik of dikke leenplicht
Oud of oude leenplicht
Goed of goede leenplicht
Wat rijmt er op leenplicht
Elk of elke: Elk leenplicht
Aanwijzend voornaamwoord: Dat leenplicht
Bezittelijk voornaamwoord: Ons leenplicht
Wat rijmt er op leenplicht
Buigings-e:
Mooi of mooie leenplicht
Groot of grote leenplicht
Half of halve leenplicht
Grappig of grappige leenplicht
Leeg of lege leenplicht
leuk of leuke leenplicht
Vet of vette leenplicht
Snel of snelle leenplicht
Wit of witte leenplicht
Klein of kleine leenplicht
Rood of rode leenplicht
Dik of dikke leenplicht
Oud of oude leenplicht
Goed of goede leenplicht
Wat rijmt er op leenplicht
Elk of elke: Elk leenplicht
Aanwijzend voornaamwoord: Dat leenplicht
Bezittelijk voornaamwoord: Ons leenplicht
Wat rijmt er op leenplicht
Oefening van de dag



