De of het lentegroen?
Het lentegroen
Is het de of het lentegroen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het lentegroen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: spring green
Deutsch: Frühlingsgrün | Bekijk of het der of die Frühlingsgrün is.
Français: vert printemps | Bekijk of het Le o La vert printemps is.
Jou of jouw: jouw lentegroen
Buigings-e:
Mooi of mooie lentegroen
Groot of grote lentegroen
Half of halve lentegroen
Grappig of grappige lentegroen
Leeg of lege lentegroen
leuk of leuke lentegroen
Vet of vette lentegroen
Snel of snelle lentegroen
Wit of witte lentegroen
Klein of kleine lentegroen
Rood of rode lentegroen
Dik of dikke lentegroen
Oud of oude lentegroen
Goed of goede lentegroen
Wat rijmt er op lentegroen
Elk of elke: Elk lentegroen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat lentegroen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons lentegroen
Wat rijmt er op lentegroen
Buigings-e:
Mooi of mooie lentegroen
Groot of grote lentegroen
Half of halve lentegroen
Grappig of grappige lentegroen
Leeg of lege lentegroen
leuk of leuke lentegroen
Vet of vette lentegroen
Snel of snelle lentegroen
Wit of witte lentegroen
Klein of kleine lentegroen
Rood of rode lentegroen
Dik of dikke lentegroen
Oud of oude lentegroen
Goed of goede lentegroen
Wat rijmt er op lentegroen
Elk of elke: Elk lentegroen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat lentegroen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons lentegroen
Wat rijmt er op lentegroen
Oefening van de dag



