De of het levensdag?
De levensdag
Is het de of het levensdag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de levensdag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: of life
Deutsch: des lebens | Bekijk of het der of die des lebens is.
Français: de la vie | Bekijk of het Le o La de la vie is.
Jou of jouw: jouw levensdag
Buigings-e:
Mooi of mooie levensdag
Groot of grote levensdag
Half of halve levensdag
Grappig of grappige levensdag
Leeg of lege levensdag
leuk of leuke levensdag
Vet of vette levensdag
Snel of snelle levensdag
Wit of witte levensdag
Klein of kleine levensdag
Rood of rode levensdag
Dik of dikke levensdag
Oud of oude levensdag
Goed of goede levensdag
Wat rijmt er op levensdag
Elk of elke: Elke levensdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die levensdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze levensdag
Wat rijmt er op levensdag
Buigings-e:
Mooi of mooie levensdag
Groot of grote levensdag
Half of halve levensdag
Grappig of grappige levensdag
Leeg of lege levensdag
leuk of leuke levensdag
Vet of vette levensdag
Snel of snelle levensdag
Wit of witte levensdag
Klein of kleine levensdag
Rood of rode levensdag
Dik of dikke levensdag
Oud of oude levensdag
Goed of goede levensdag
Wat rijmt er op levensdag
Elk of elke: Elke levensdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die levensdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze levensdag
Wat rijmt er op levensdag
Oefening van de dag



