De of het maandinkomen?
Het maandinkomen
Is het de of het maandinkomen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het maandinkomen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: monthly income
Deutsch: Monatseinkommen | Bekijk of het der of die Monatseinkommen is.
Français: revenu mensuel | Bekijk of het Le o La revenu mensuel is.
Jou of jouw: jouw maandinkomen
Buigings-e:
Mooi of mooie maandinkomen
Groot of grote maandinkomen
Half of halve maandinkomen
Grappig of grappige maandinkomen
Leeg of lege maandinkomen
leuk of leuke maandinkomen
Vet of vette maandinkomen
Snel of snelle maandinkomen
Wit of witte maandinkomen
Klein of kleine maandinkomen
Rood of rode maandinkomen
Dik of dikke maandinkomen
Oud of oude maandinkomen
Goed of goede maandinkomen
Wat rijmt er op maandinkomen
Elk of elke: Elk maandinkomen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat maandinkomen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons maandinkomen
Wat rijmt er op maandinkomen
Buigings-e:
Mooi of mooie maandinkomen
Groot of grote maandinkomen
Half of halve maandinkomen
Grappig of grappige maandinkomen
Leeg of lege maandinkomen
leuk of leuke maandinkomen
Vet of vette maandinkomen
Snel of snelle maandinkomen
Wit of witte maandinkomen
Klein of kleine maandinkomen
Rood of rode maandinkomen
Dik of dikke maandinkomen
Oud of oude maandinkomen
Goed of goede maandinkomen
Wat rijmt er op maandinkomen
Elk of elke: Elk maandinkomen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat maandinkomen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons maandinkomen
Wat rijmt er op maandinkomen
Oefening van de dag



