De of het manoeuvreren?
Het manoeuvreren
Is het de of het manoeuvreren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het manoeuvreren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: maneuver
Deutsch: Manöver | Bekijk of het der of die Manöver is.
Français: man?uvre | Bekijk of het Le o La man?uvre is.
Jou of jouw: jouw manoeuvreren
Buigings-e:
Mooi of mooie manoeuvreren
Groot of grote manoeuvreren
Half of halve manoeuvreren
Grappig of grappige manoeuvreren
Leeg of lege manoeuvreren
leuk of leuke manoeuvreren
Vet of vette manoeuvreren
Snel of snelle manoeuvreren
Wit of witte manoeuvreren
Klein of kleine manoeuvreren
Rood of rode manoeuvreren
Dik of dikke manoeuvreren
Oud of oude manoeuvreren
Goed of goede manoeuvreren
Wat rijmt er op manoeuvreren
Elk of elke: Elk manoeuvreren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat manoeuvreren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons manoeuvreren
Wat rijmt er op manoeuvreren
Buigings-e:
Mooi of mooie manoeuvreren
Groot of grote manoeuvreren
Half of halve manoeuvreren
Grappig of grappige manoeuvreren
Leeg of lege manoeuvreren
leuk of leuke manoeuvreren
Vet of vette manoeuvreren
Snel of snelle manoeuvreren
Wit of witte manoeuvreren
Klein of kleine manoeuvreren
Rood of rode manoeuvreren
Dik of dikke manoeuvreren
Oud of oude manoeuvreren
Goed of goede manoeuvreren
Wat rijmt er op manoeuvreren
Elk of elke: Elk manoeuvreren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat manoeuvreren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons manoeuvreren
Wat rijmt er op manoeuvreren
Oefening van de dag



