De of het meehelpen?
Het meehelpen
Is het de of het meehelpen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het meehelpen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: assist
Deutsch: helfen | Bekijk of het der of die helfen is.
Français: aider | Bekijk of het Le o La aider is.
Jou of jouw: jouw meehelpen
Buigings-e:
Mooi of mooie meehelpen
Groot of grote meehelpen
Half of halve meehelpen
Grappig of grappige meehelpen
Leeg of lege meehelpen
leuk of leuke meehelpen
Vet of vette meehelpen
Snel of snelle meehelpen
Wit of witte meehelpen
Klein of kleine meehelpen
Rood of rode meehelpen
Dik of dikke meehelpen
Oud of oude meehelpen
Goed of goede meehelpen
Wat rijmt er op meehelpen
Elk of elke: Elk meehelpen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat meehelpen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons meehelpen
Wat rijmt er op meehelpen
Buigings-e:
Mooi of mooie meehelpen
Groot of grote meehelpen
Half of halve meehelpen
Grappig of grappige meehelpen
Leeg of lege meehelpen
leuk of leuke meehelpen
Vet of vette meehelpen
Snel of snelle meehelpen
Wit of witte meehelpen
Klein of kleine meehelpen
Rood of rode meehelpen
Dik of dikke meehelpen
Oud of oude meehelpen
Goed of goede meehelpen
Wat rijmt er op meehelpen
Elk of elke: Elk meehelpen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat meehelpen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons meehelpen
Wat rijmt er op meehelpen
Oefening van de dag



