De of het meubileren?
Het meubileren
Is het de of het meubileren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het meubileren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: furnish
Deutsch: liefern | Bekijk of het der of die liefern is.
Français: fournir | Bekijk of het Le o La fournir is.
Jou of jouw: jouw meubileren
Buigings-e:
Mooi of mooie meubileren
Groot of grote meubileren
Half of halve meubileren
Grappig of grappige meubileren
Leeg of lege meubileren
leuk of leuke meubileren
Vet of vette meubileren
Snel of snelle meubileren
Wit of witte meubileren
Klein of kleine meubileren
Rood of rode meubileren
Dik of dikke meubileren
Oud of oude meubileren
Goed of goede meubileren
Wat rijmt er op meubileren
Elk of elke: Elk meubileren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat meubileren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons meubileren
Wat rijmt er op meubileren
Buigings-e:
Mooi of mooie meubileren
Groot of grote meubileren
Half of halve meubileren
Grappig of grappige meubileren
Leeg of lege meubileren
leuk of leuke meubileren
Vet of vette meubileren
Snel of snelle meubileren
Wit of witte meubileren
Klein of kleine meubileren
Rood of rode meubileren
Dik of dikke meubileren
Oud of oude meubileren
Goed of goede meubileren
Wat rijmt er op meubileren
Elk of elke: Elk meubileren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat meubileren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons meubileren
Wat rijmt er op meubileren
Oefening van de dag



