De of het musiceren?
Het musiceren
Is het de of het musiceren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het musiceren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: making music
Deutsch: musikalisches Können | Bekijk of het der of die musikalisches Können is.
Français: musicalité | Bekijk of het Le o La musicalité is.
Jou of jouw: jouw musiceren
Buigings-e:
Mooi of mooie musiceren
Groot of grote musiceren
Half of halve musiceren
Grappig of grappige musiceren
Leeg of lege musiceren
leuk of leuke musiceren
Vet of vette musiceren
Snel of snelle musiceren
Wit of witte musiceren
Klein of kleine musiceren
Rood of rode musiceren
Dik of dikke musiceren
Oud of oude musiceren
Goed of goede musiceren
Wat rijmt er op musiceren
Elk of elke: Elk musiceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat musiceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons musiceren
Wat rijmt er op musiceren
Buigings-e:
Mooi of mooie musiceren
Groot of grote musiceren
Half of halve musiceren
Grappig of grappige musiceren
Leeg of lege musiceren
leuk of leuke musiceren
Vet of vette musiceren
Snel of snelle musiceren
Wit of witte musiceren
Klein of kleine musiceren
Rood of rode musiceren
Dik of dikke musiceren
Oud of oude musiceren
Goed of goede musiceren
Wat rijmt er op musiceren
Elk of elke: Elk musiceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat musiceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons musiceren
Wat rijmt er op musiceren
Oefening van de dag



