De of het neerschieten?
Het neerschieten
Is het de of het neerschieten
In de Nederlandse taal gebruiken wij het neerschieten.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: shoot
Deutsch: schießen | Bekijk of het der of die schießen is.
Français: tirer | Bekijk of het Le o La tirer is.
Jou of jouw: jouw neerschieten
Buigings-e:
Mooi of mooie neerschieten
Groot of grote neerschieten
Half of halve neerschieten
Grappig of grappige neerschieten
Leeg of lege neerschieten
leuk of leuke neerschieten
Vet of vette neerschieten
Snel of snelle neerschieten
Wit of witte neerschieten
Klein of kleine neerschieten
Rood of rode neerschieten
Dik of dikke neerschieten
Oud of oude neerschieten
Goed of goede neerschieten
Wat rijmt er op neerschieten
Elk of elke: Elk neerschieten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat neerschieten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons neerschieten
Wat rijmt er op neerschieten
Buigings-e:
Mooi of mooie neerschieten
Groot of grote neerschieten
Half of halve neerschieten
Grappig of grappige neerschieten
Leeg of lege neerschieten
leuk of leuke neerschieten
Vet of vette neerschieten
Snel of snelle neerschieten
Wit of witte neerschieten
Klein of kleine neerschieten
Rood of rode neerschieten
Dik of dikke neerschieten
Oud of oude neerschieten
Goed of goede neerschieten
Wat rijmt er op neerschieten
Elk of elke: Elk neerschieten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat neerschieten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons neerschieten
Wat rijmt er op neerschieten
Oefening van de dag



