De of het oefendag?
De oefendag
Is het de of het oefendag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de oefendag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: of practice
Deutsch: oefendag | Bekijk of het der of die oefendag is.
Français: oefendag | Bekijk of het Le o La oefendag is.
Jou of jouw: jouw oefendag
Buigings-e:
Mooi of mooie oefendag
Groot of grote oefendag
Half of halve oefendag
Grappig of grappige oefendag
Leeg of lege oefendag
leuk of leuke oefendag
Vet of vette oefendag
Snel of snelle oefendag
Wit of witte oefendag
Klein of kleine oefendag
Rood of rode oefendag
Dik of dikke oefendag
Oud of oude oefendag
Goed of goede oefendag
Wat rijmt er op oefendag
Elk of elke: Elke oefendag
Aanwijzend voornaamwoord: Die oefendag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oefendag
Wat rijmt er op oefendag
praktijkoefendag -
Buigings-e:
Mooi of mooie oefendag
Groot of grote oefendag
Half of halve oefendag
Grappig of grappige oefendag
Leeg of lege oefendag
leuk of leuke oefendag
Vet of vette oefendag
Snel of snelle oefendag
Wit of witte oefendag
Klein of kleine oefendag
Rood of rode oefendag
Dik of dikke oefendag
Oud of oude oefendag
Goed of goede oefendag
Wat rijmt er op oefendag
Elk of elke: Elke oefendag
Aanwijzend voornaamwoord: Die oefendag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oefendag
Wat rijmt er op oefendag
praktijkoefendag -
Oefening van de dag



