De of het onderhandelen?
Het onderhandelen
Is het de of het onderhandelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het onderhandelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: negotiate
Deutsch: zu verhandeln | Bekijk of het der of die zu verhandeln is.
Français: négocier | Bekijk of het Le o La négocier is.
Jou of jouw: jouw onderhandelen
Buigings-e:
Mooi of mooie onderhandelen
Groot of grote onderhandelen
Half of halve onderhandelen
Grappig of grappige onderhandelen
Leeg of lege onderhandelen
leuk of leuke onderhandelen
Vet of vette onderhandelen
Snel of snelle onderhandelen
Wit of witte onderhandelen
Klein of kleine onderhandelen
Rood of rode onderhandelen
Dik of dikke onderhandelen
Oud of oude onderhandelen
Goed of goede onderhandelen
Wat rijmt er op onderhandelen
Elk of elke: Elk onderhandelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat onderhandelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons onderhandelen
Wat rijmt er op onderhandelen
heronderhandelen - uitonderhandelen - dooronderhandelen -
Buigings-e:
Mooi of mooie onderhandelen
Groot of grote onderhandelen
Half of halve onderhandelen
Grappig of grappige onderhandelen
Leeg of lege onderhandelen
leuk of leuke onderhandelen
Vet of vette onderhandelen
Snel of snelle onderhandelen
Wit of witte onderhandelen
Klein of kleine onderhandelen
Rood of rode onderhandelen
Dik of dikke onderhandelen
Oud of oude onderhandelen
Goed of goede onderhandelen
Wat rijmt er op onderhandelen
Elk of elke: Elk onderhandelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat onderhandelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons onderhandelen
Wat rijmt er op onderhandelen
heronderhandelen - uitonderhandelen - dooronderhandelen -
Oefening van de dag



