De of het ongebondenheid?
De ongebondenheid
Is het de of het ongebondenheid
In de Nederlandse taal gebruiken wij de ongebondenheid.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: licentiousness
Deutsch: Freizügigkeit | Bekijk of het der of die Freizügigkeit is.
Français: licence | Bekijk of het Le o La licence is.
Jou of jouw: jouw ongebondenheid
Buigings-e:
Mooi of mooie ongebondenheid
Groot of grote ongebondenheid
Half of halve ongebondenheid
Grappig of grappige ongebondenheid
Leeg of lege ongebondenheid
leuk of leuke ongebondenheid
Vet of vette ongebondenheid
Snel of snelle ongebondenheid
Wit of witte ongebondenheid
Klein of kleine ongebondenheid
Rood of rode ongebondenheid
Dik of dikke ongebondenheid
Oud of oude ongebondenheid
Goed of goede ongebondenheid
Wat rijmt er op ongebondenheid
Elk of elke: Elke ongebondenheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die ongebondenheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ongebondenheid
Wat rijmt er op ongebondenheid
Buigings-e:
Mooi of mooie ongebondenheid
Groot of grote ongebondenheid
Half of halve ongebondenheid
Grappig of grappige ongebondenheid
Leeg of lege ongebondenheid
leuk of leuke ongebondenheid
Vet of vette ongebondenheid
Snel of snelle ongebondenheid
Wit of witte ongebondenheid
Klein of kleine ongebondenheid
Rood of rode ongebondenheid
Dik of dikke ongebondenheid
Oud of oude ongebondenheid
Goed of goede ongebondenheid
Wat rijmt er op ongebondenheid
Elk of elke: Elke ongebondenheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die ongebondenheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ongebondenheid
Wat rijmt er op ongebondenheid
Oefening van de dag



