De of het onmondigheid?
De onmondigheid
Is het de of het onmondigheid
In de Nederlandse taal gebruiken wij de onmondigheid.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: pupilage
Deutsch: Assistenzzeit | Bekijk of het der of die Assistenzzeit is.
Français: pupillage | Bekijk of het Le o La pupillage is.
Jou of jouw: jouw onmondigheid
Buigings-e:
Mooi of mooie onmondigheid
Groot of grote onmondigheid
Half of halve onmondigheid
Grappig of grappige onmondigheid
Leeg of lege onmondigheid
leuk of leuke onmondigheid
Vet of vette onmondigheid
Snel of snelle onmondigheid
Wit of witte onmondigheid
Klein of kleine onmondigheid
Rood of rode onmondigheid
Dik of dikke onmondigheid
Oud of oude onmondigheid
Goed of goede onmondigheid
Wat rijmt er op onmondigheid
Elk of elke: Elke onmondigheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die onmondigheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze onmondigheid
Wat rijmt er op onmondigheid
Buigings-e:
Mooi of mooie onmondigheid
Groot of grote onmondigheid
Half of halve onmondigheid
Grappig of grappige onmondigheid
Leeg of lege onmondigheid
leuk of leuke onmondigheid
Vet of vette onmondigheid
Snel of snelle onmondigheid
Wit of witte onmondigheid
Klein of kleine onmondigheid
Rood of rode onmondigheid
Dik of dikke onmondigheid
Oud of oude onmondigheid
Goed of goede onmondigheid
Wat rijmt er op onmondigheid
Elk of elke: Elke onmondigheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die onmondigheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze onmondigheid
Wat rijmt er op onmondigheid
Oefening van de dag



