De of het ontgoochelen?
Het ontgoochelen
Is het de of het ontgoochelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ontgoochelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: disenchant
Deutsch: entzaubern | Bekijk of het der of die entzaubern is.
Français: désenchanter | Bekijk of het Le o La désenchanter is.
Jou of jouw: jouw ontgoochelen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontgoochelen
Groot of grote ontgoochelen
Half of halve ontgoochelen
Grappig of grappige ontgoochelen
Leeg of lege ontgoochelen
leuk of leuke ontgoochelen
Vet of vette ontgoochelen
Snel of snelle ontgoochelen
Wit of witte ontgoochelen
Klein of kleine ontgoochelen
Rood of rode ontgoochelen
Dik of dikke ontgoochelen
Oud of oude ontgoochelen
Goed of goede ontgoochelen
Wat rijmt er op ontgoochelen
Elk of elke: Elk ontgoochelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontgoochelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontgoochelen
Wat rijmt er op ontgoochelen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontgoochelen
Groot of grote ontgoochelen
Half of halve ontgoochelen
Grappig of grappige ontgoochelen
Leeg of lege ontgoochelen
leuk of leuke ontgoochelen
Vet of vette ontgoochelen
Snel of snelle ontgoochelen
Wit of witte ontgoochelen
Klein of kleine ontgoochelen
Rood of rode ontgoochelen
Dik of dikke ontgoochelen
Oud of oude ontgoochelen
Goed of goede ontgoochelen
Wat rijmt er op ontgoochelen
Elk of elke: Elk ontgoochelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontgoochelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontgoochelen
Wat rijmt er op ontgoochelen
Oefening van de dag



